1. Het gerecht verklaart zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen, verklaart het beroep niet ontvankelijk, of bevestigt de beslissing waartegen beroep is ingesteld, zonodig met verbetering of aanvulling daarvan, of doet de zaak af met gehele of gedeeltelijke vernietiging van die beslissing.
2. Indien een beroep is ingesteld als bedoeld in artikel 81, vierde lid, verklaart het gerecht bij gemotiveerde beslissing dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond of ongegrond.