1. Het beroep wordt ingesteld bij beroepschrift, dat bij de commandant moet worden ingediend.
2. De commandant zendt het beroepschrift onverwijld naar het gerecht. De commandant en de beklagmeerdere voegen daarbij alle op de zaak betrekking hebbende stukken met opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan zij tot de overtuiging zijn gekomen dat een in de beschuldiging omschreven gedraging heeft plaatsgevonden.
3. Indien het beroep is ingesteld door de beklagmeerdere, doet de commandant daarvan mededeling aan degene op wie de uitspraak betrekking heeft.