1. De commandant roept de getuigen en deskundigen op wier verschijning hij nodig oordeelt.
2. De beschuldigde en zijn vertrouwensman kunnen verzoeken dat ook andere getuigen en deskundigen worden gehoord. De commandant voldoet aan dit verzoek, tenzij het onderzoek daardoor wordt geschaad of het verzoek kennelijk onredelijk is.
3. De opgeroepen getuigen en deskundigen zijn verplicht te verschijnen.
4. Ten aanzien van getuigen en deskundigen zijn de artikelen 217-219 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
5. De vergoeding van door getuigen en deskundigen gemaakte onkosten geschiedt volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van Rijksbestuur.