1. In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die door misbruik van zijn invloed als meerdere tegenover een mindere deze overhaalt iets te doen, niet te doen of te dulden, indien daaruit enig nadeel voor de dienst, de mindere of een derde kan ontstaan.
2. Het eerste lid is mede van toepassing op de militair die geen dienst doet of behoort te doen, en zich niet bevindt op een militaire plaats.