is niet van toepassing op de vluchtuitvoering met militaire luchtvaartuigen alsmede op de vluchtuitvoering ten behoeve van militaire doeleinden.
Artikel 10.25
1. Onze Minister van Defensie stelt voor iedere luchthaven ten behoeve van overleg en voorlichting omtrent milieuaspecten buiten een luchthaven een commissie van overleg en voorlichting milieu in.
2. De commissie bestaat in ieder geval uit:
a. één vertegenwoordiger van elke provincie waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen;
b. twee vertegenwoordigers van elke gemeente waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen, waarvan één vertegenwoordiger van elke gemeente een omwonende van de luchthaven is;
c. één of twee vertegenwoordigers van de luchthaven;
d. één of twee vertegenwoordigers van Onze Minister van Defensie.
3. Onverminderd het tweede lid kan de commissie ook bestaan uit vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheid bezittende milieuorganisaties.
4. De vertegenwoordiger van de provincie, dan wel één van hen indien er meer vertegenwoordigers van provincies in de commissie zitting hebben, treedt op als voorzitter van de commissie. De artikelen 8.37, tweede en derde lid, en 8.38 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
5. Onze Minister van Defensie voorziet in het secretariaat van de commissie.
Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
§ 10.3.3.1. Algemeen