BOEK - 6 - BIJZONDERE REGELINGEN - HOOFDSTUK - 1 - VOORZIENINGEN VANWEGE DE PERSOON VAN DE VERDACHTE - TITEL - 1.2 - VERDACHTEN DIE DOOR EEN BEPERKING OF EEN ZIEKTE ONVOLDOENDE IN STAAT ZIJN AAN HET PROCES TEGEN HEN DEEL TE NEMEN
Artikel 6.1.51
Artikel
6.1.51
1.
Indien de verdachte, bedoeld in artikel 6.1.50, eerste lid, geen raadsman heeft, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, in opdracht van de officier van justitie of de rechter, een raadsman aan. De opdracht wordt ambtshalve of op verzoek van de andere in artikel 6.1.50, tweede lid, genoemde personen gegeven.
2.
De verdachte kan geen afstand doen van het recht op rechtsbijstand.