Wetboek van Strafvordering
← Terug naar overzicht
nl flag
Checkdewet
Met passie voor het recht

BOEK - 4 - BERECHTING - HOOFDSTUK - 2 - HET ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING - TITEL - 2.4 - HET ONDERZOEK VAN DE ZAAK ZELF

Artikel 4.2.40

Artikel 4.2.40 1. Indien de getuige bij zijn verhoor zonder wettige grond weigert op de gestelde vragen te antwoorden of de van hem vereiste verklaring, eed of belofte af te leggen, beveelt de rechtbank, indien zij dit in het belang van een behoorlijke behandeling van de zaak noodzakelijk acht, zijn gijzeling voor ten hoogste een maand. De rechtbank beveelt daarbij op welk tijdstip de getuige opnieuw aan haar zal worden voorgeleid. Voorgeleiding vindt in ieder geval plaats binnen twee weken nadat het bevel tot gijzeling is gegeven. 2. Voordat het bevel tot gijzeling wordt gegeven worden de getuige en zijn advocaat gehoord over de reden van zijn weigering. 3. De rechtbank beveelt het ontslag van de getuige uit de gijzeling zodra hij aan zijn verplichtingen heeft voldaan of het onderzoek op de terechtzitting is gesloten. Artikel 2.10.36, tweede lid, is van toepassing. 4. De artikelen 2.10.35, derde lid, 2.10.37, 2.10.38 en 2.10.72, eerste lid, zijn van toepassing.

Begrijpelijke Taal

QR Code