Wetboek van Strafvordering
← Terug naar overzicht
nl flag
Checkdewet
Met passie voor het recht

BOEK - 2 - HET OPSPORINGSONDERZOEK - HOOFDSTUK - 8 - HEIMELIJKE BEVOEGDHEDEN - TITEL - 8.5 - MAATREGELEN IN HET BELANG VAN DE VEILIGHEID

Artikel 2.8.21

Artikel 2.8.21 1. Bij de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in dit hoofdstuk, is de opsporingsambtenaar bevoegd maatregelen te treffen om gevaar voor leven of veiligheid te voorkomen of af te wenden, al dan niet met behulp van een technisch hulpmiddel. 2. De opsporingsambtenaar treft alleen een maatregel die gezien de omstandigheden van het geval, waaronder de ernst van het gevaar, redelijk en gematigd is en voor de betrokkene het minste nadeel oplevert. 3. Na uitoefening van de bevoegdheid stelt de opsporingsambtenaar de officier van justitie direct in kennis van het treffen van een maatregel.

Begrijpelijke Taal

QR Code