Wetboek van Strafvordering
← Terug naar overzicht
nl flag
Checkdewet
Met passie voor het recht

BOEK - 2 - HET OPSPORINGSONDERZOEK - HOOFDSTUK - 8 - HEIMELIJKE BEVOEGDHEDEN - TITEL - 8.1 - ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 2.8.2

Artikel 2.8.2 1. De officier van justitie stelt de betrokkene in kennis van de uitoefening van de in dit hoofdstuk opgenomen bevoegdheden, zodra het belang van het onderzoek dat toelaat. De verplichting tot deze kennisgeving vervalt op het moment dat is vastgesteld dat deze redelijkerwijs niet mogelijk is. 2. Als betrokkene in de zin van het eerste lid worden aangemerkt: a. de persoon ten aanzien van wie de bevoegdheid is uitgeoefend; b. de gebruiker van een communicatiedienst van wie communicatie als bedoeld in artikel 2.8.13 is vastgelegd; c. de rechthebbende van een besloten plaats of de bewoner van een woning als bedoeld in de artikelen 2.8.7, vierde lid, 2.8.9, eerste lid, 2.8.13, zesde lid, en 2.8.15, vierde en vijfde lid. 3. Indien de betrokkene de verdachte is, kan de kennisgeving achterwege blijven indien uit de processtukken van de uitoefening van de bevoegdheid blijkt.

Begrijpelijke Taal

QR Code