Wetboek van Strafvordering
← Terug naar overzicht
nl flag
Checkdewet
Met passie voor het recht

BOEK - 2 - HET OPSPORINGSONDERZOEK - HOOFDSTUK - 8 - HEIMELIJKE BEVOEGDHEDEN - TITEL - 8.2 - DE BEVOEGDHEDEN

Artikel 2.8.18

Artikel 2.8.18 1. Ter aanhouding van de verdachte of ter uitvoering van een bevel tot uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in Afdelingen 8.2.1 tot en met 8.2.9 kan de officier van justitie bevelen dat een opsporingsambtenaar stelselmatig en met een technisch hulpmiddel de locatie bepaalt van de aan te houden verdachte of de persoon ten aanzien van wie de bevoegdheid wordt uitgeoefend. 2. Het bevel wordt gegeven voor een periode van ten hoogste een maand. De geldigheidsduur kan telkens voor een periode van ten hoogste een maand worden verlengd.

Begrijpelijke Taal

QR Code