BOEK - 2 - HET OPSPORINGSONDERZOEK - HOOFDSTUK - 7 - BEVOEGDHEDEN MET BETREKKING TOT VOORWERPEN EN GEGEVENS - TITEL - 7.2 - INBESLAGNEMING VAN VOORWERPEN
Artikel 2.7.20
Artikel
2.7.20
De machtiging, bedoeld in artikel 2.7.19, zesde lid, wordt direct aan de verdachte, en zo het beslag onder een derde is gelegd, ook aan deze, betekend:
a.
door de officier van justitie, op de wijze zoals voorzien bij dit wetboek; of
b.
door de gerechtsdeurwaarder, overeenkomstig de wijze van betekening van het verlof, bedoeld in artikel 702, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.