Wetboek van Strafvordering
← Terug naar overzicht
nl flag
Checkdewet
Met passie voor het recht

BOEK - 2 - HET OPSPORINGSONDERZOEK - HOOFDSTUK - 5 - BEVOEGDHEDEN TOT VRIJHEIDSBEPERKING EN VRIJHEIDSBENEMING - TITEL - 5.2 - STAANDEHOUDING EN AANHOUDING

Artikel 2.5.7

Artikel 2.5.7 1. In geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of in geval van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld, kan de opsporingsambtenaar ter aanhouding van de verdachte elke plaats doorzoeken. Hij behoeft daartoe de toestemming van de officier van justitie, behalve bij dringende noodzaak. In het laatste geval doet hij de officier van justitie direct mededeling van de doorzoeking. 2. Indien de officier van justitie aan de opsporingsambtenaar toestemming heeft gegeven om ter aanhouding van de verdachte een woning zonder toestemming van de bewoner te doorzoeken, is voor het binnentreden in die woning door de betrokken opsporingsambtenaar geen machtiging als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden vereist.

Begrijpelijke Taal

QR Code