Wetboek van Strafvordering
← Terug naar overzicht
nl flag
Checkdewet
Met passie voor het recht

BOEK - 2 - HET OPSPORINGSONDERZOEK - HOOFDSTUK - 5 - BEVOEGDHEDEN TOT VRIJHEIDSBEPERKING EN VRIJHEIDSBENEMING - TITEL - 5.4 - VOORLOPIGE HECHTENIS

Artikel 2.5.38

Artikel 2.5.38 1. De rechtbank en, nadat hoger beroep tegen het eindvonnis is ingesteld, het gerechtshof kunnen, onverminderd het bepaalde in de artikelen 2.5.49, 2.5.50, 2.5.55 en 2.5.57, op elk moment het bevel tot voorlopige hechtenis opheffen, ambtshalve of op verzoek van de verdachte, dan wel, voor zover het een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding betreft, mede op voordracht van de rechter-commissaris of op vordering van het openbaar ministerie. 2. De rechter kan ervan afzien de verdachte die anders dan voor de eerste maal opheffing verzoekt, te horen en daartoe op te roepen. 3. In afwachting van de beslissing van de rechter op een verzoek, een voordracht of een vordering tot het opheffen van een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding, kan het openbaar ministerie de invrijheidstelling van de verdachte bevelen. Beslist de rechter afwijzend, dan wordt het bevel tot gevangenneming of gevangenhouding direct verder tenuitvoergelegd.

Begrijpelijke Taal

QR Code