Wetboek van Strafvordering
← Terug naar overzicht
nl flag
Checkdewet
Met passie voor het recht

BOEK - 1 - STRAFVORDERING IN HET ALGEMEEN - HOOFDSTUK - 11 - ENIGE ALGEMENE VOORZIENINGEN - TITEL - 11.3 - DE INZET VAN TOLKEN

Artikel 1.11.8

Artikel 1.11.8 1. Tenzij de wet anders bepaalt, is met oproeping van de tolk, indien daarom is verzocht of indien de noodzaak daartoe is gebleken, belast: voor het mondeling doen van aangifte, het horen of verhoren door de opsporingsambtenaar: de opsporingsambtenaar; voor het overleg van de raadsman met de verdachte: zijn raadsman; voor het verhoor door de rechter-commissaris: de rechter-commissaris; voor het verhoor door de raadsheer-commissaris: de raadsheer-commissaris; voor de zitting: het openbaar ministerie ambtshalve of in opdracht van het gerecht. 2. De opsporingsambtenaar, de raadsman, de rechter-commissaris en de raadsheer-commissaris kunnen de tolk mondeling oproepen. Het openbaar ministerie zendt de oproeping toe. 3. Indien de bijstand van een tolk wordt ingeroepen en deze geen beëdigde tolk in de zin van de Wet beëdigde tolken en vertalers is, beëdigt de rechter-commissaris, de raadsheer-commissaris of de rechter de tolk voordat deze zijn werkzaamheden aanvangt dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen.

Begrijpelijke Taal

QR Code