Eerste - Boek - Algemene bepalingen - Titel - V - Deelneming aan strafbare feiten
Artikel 49
Artikel
49
1
Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij medeplichtigheid met een derde verminderd.
2
Geldt het een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, dan wordt gevangenisstraf opgelegd van ten hoogste twintig jaren.
3
De bijkomende straffen zijn voor medeplichtigheid dezelfde als voor het misdrijf zelf.
4
Bij het bepalen van de straf komen alleen die handelingen in aanmerking die de medeplichtige opzettelijk heeft gemakkelijk gemaakt of bevorderd, benevens hun gevolgen.
20061112-01-200622-12-20052848420062319-01-200609-01-200601-02-2006