Tweede - Boek - Misdrijven - Titel - XXIX - Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven
Artikel 400
Artikel
400
1
Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:
1°.
de opvarende van een Nederlands vaartuig die opzettelijk niet gehoorzaamt aan enig bevel van de schipper in het belang van de veiligheid aan boord gegeven;
2°.
de opvarende van een Nederlands vaartuig die, wetende dat de schipper van zijn vrijheid van handelen beroofd is, hem niet naar vermogen te hulp komt;
3°.
de opvarende van een Nederlands vaartuig die, kennis dragende van een voornemen tot het plegen van insubordinatie, opzettelijk nalaat daarvan tijdig aan de schipper kennis te geven;
4°.
de opvarende, niet zijnde schepeling, van een Nederlands vaartuig die opzettelijk niet gehoorzaamt aan enig bevel van de schipper tot handhaving van de orde en tucht aan boord gegeven.
2
De onder 3° vermelde bepaling is niet van toepassing indien de insubordinatie niet is gevolgd.
19849110-03-198417524198412921-04-198401-05-1984