Artikel
16.98
(bedenkingentermijn)
1
De termijn voor het inbrengen van bedenkingen bedraagt zes weken.
2
De termijn begint met ingang van de dag na die waarop de onteigeningsbeschikking overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd en hiervan kennis is gegeven.
3
Artikel 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
4
De rechtbank laat na afloop van de termijn ingebrachte bedenkingen niet op grond daarvan buiten beschouwing als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de belanghebbende in verzuim is geweest.
202011209-04-202014-03-202035133202311307-04-202305-04-202301-01-2024202026217-07-202001-07-202035218202311307-04-202305-04-202301-01-2024