[1.] Voor de toepassing van de titels III-X en de artikelen 156 en 159-162 van het tweede boek zal de rechter, onverminderd het bepaalde in de artikelen 71b en 72, de aanwezigheid van tijd van oorlog slechts aannemen, hetzij onder feitelijke oorlogsomstandigheden, hetzij indien bij koninklijk besluit is bepaald dat een oorlog dreigende is.
[2.] Het in het eerste lid bedoelde besluit kan betrekking hebben op de gehele krijgsmacht of op een deel daarvan.