Wet politiegegevens
← Terug naar overzicht
Checkdewet
Met passie voor het recht

Algemeen

Artikel 46

1. Het bij of krachtens de Wet politiegegevens bepaalde met betrekking tot de gegevensverwerking, bedoeld in de artikelen 10, eerste lid onder a, en 12, is van overeenkomstige toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door een ambtenaar, werkzaam bij een bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten. Op voordracht van Onze Ministers en Onze Minister wie het mede aangaat worden bij algemene maatregel van bestuur ook andere onderdelen van het bij of krachtens deze wet bepaalde van overeenkomstige toepassing verklaard op de verwerking van persoonsgegevens door een ambtenaar, werkzaam bij een bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, of een buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. 2. Voor zover toepassing is gegeven aan het eerste lid: a. stelt de verwerkingsverantwoordelijke politiegegevens voor verdere verwerking ter beschikking aan opsporingsambtenaren, als bedoeld in de artikelen 141, onderdeel d, en 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover zij deze behoeven voor de vervulling van hun taak; b. stelt de verwerkingsverantwoordelijke van de bijzondere opsporingsdienst of van de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, de gegevens waarop het bepaalde bij of krachtens deze wet van toepassing of van overeenkomstige toepassing is ter beschikking aan personen die overeenkomstig artikel 6, tweede lid, zijn geautoriseerd voor de verwerking van politiegegevens, voor zover zij deze behoeven voor de vervulling van hun taak.

Begrijpelijke Taal

QR Code