1. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van een doelmatige uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak regels gesteld over:
a. de strategische en programmatische uitoefening van deze taken door de betrokken bestuursorganen,
b. de onderlinge afstemming van de uitoefening van deze taken en de daarmee samenhangende werkzaamheden door:
1°. de betrokken bestuursorganen,
2°. de onder hun gezag werkzame toezichthouders,
3°. de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
2. De regels worden in ieder geval gesteld ter uitvoering van de richtlijn industriële emissies en de Seveso-richtlijn.
§ 18.3.3. Kwaliteit uitvoering en handhaving; omgevingsdiensten