1. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen zienswijzen over een gedoogplichtbeschikking alleen naar voren worden gebracht door belanghebbenden en door de besturen van de gemeenten, de waterschappen en de provincies waarin de onroerende zaak gelegen is of naastgelegen gemeenten, waterschappen en provincies.
3. In afwijking van het eerste lid kunnen zienswijzen over een onteigeningsbeschikking naar voren worden gebracht door belanghebbenden.