Ongeacht of tegen de onteigeningsbeschikking bedenkingen zijn ingebracht, wijst de rechtbank het verzoek in ieder geval af als:
a. de onteigeningsbeschikking niet volgens de wettelijke vormvoorschriften is voorbereid,
b. het onteigeningsbelang, bedoeld in artikel 11.5, onder a, ontbreekt,
c. de noodzaak, bedoeld in artikel 11.5, onder b, ontbreekt, of
d. de urgentie, bedoeld in artikel 11.5, onder c, ontbreekt.