1. Ter beveiliging van de burgerluchtvaart kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid vluchten van een luchtvaartmaatschappij aanwijzen waarop ambtenaren van de Koninklijke marechaussee worden ingezet.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid.
3. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ter uitvoering van EG-verordening 300/2008 regels stellen over beveiligingsmaatregelen tijdens de vlucht.