Wetboek van Strafvordering
← Terug naar overzicht

Overname van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

Artikel 5.3.15

1. De stukken betreffende ambtshandelingen terzake van opsporing en vervolging, die de autoriteiten van de staat waarvan het verzoek tot strafvervolging is uitgegaan naar aanleiding van hun verzoek overleggen, hebben de bewijskracht die toekomt aan stukken betreffende overeenkomstige door Nederlandse ambtenaren verrichte handelingen, met dien verstande dat hun bewijskracht niet uitgaat boven die welke zij in de vreemde staat hebben. 2. In geval van inwilliging van een verzoek als bedoeld in , kan een strafrechtelijk financieel onderzoek worden ingesteld, overeenkomstig het bepaalde in de . (zie: artikel 5.3.7, derde lid, negende afdeling van Titel IV van het Eerste Boek)
QR Code