1. In gevallen waarin uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden voortvloeit dat iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren een strafbaar feit heeft begaan, zijn uitsluitend de , , , , , , en van toepassing. De zijn van overeenkomstige toepassing. (zie: artikelen 52 tot en met 55b, 56, 56a, eerste tot en met derde lid, 95 tot en met 102, 118, 119, 552a, 552d tot en met 552g, artikelen 116 tot en met 117a)
2. In afwijking van , kan de verdachte van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten ten hoogste zes uur worden opgehouden voor onderzoek. De hulpofficier van justitie doet van de ophouding van de verdachte mededeling aan een gecertificeerde instelling als bedoeld in . is van overeenkomstige toepassing. (zie: artikel 56a, tweede lid, ArtikelĀ 488b, artikelĀ 1.1 van de Jeugdwet)
3. Het afleggen van een verklaring als bedoeld in , en het doen van beklag als bedoeld in geschiedt voor de minderjarige, bedoeld in het eerste lid, door zijn wettelijke vertegenwoordiger in burgerlijke zaken. (zie: artikel 116, tweede lid, artikel 552a)