Wetboek van Strafvordering
← Terug naar overzicht
Checkdewet
Met passie voor het recht

Het verrichten van onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris

Artikel 198

1. Het verblijf in de instelling geldt als voorloopige hechtenis, mag den termijn van zeven weken niet te boven gaan, en eindigt zoodra de verdachte in vrijheid moet worden gesteld. 2. De rechter-commissaris kan hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte, het bevel, bedoeld bij eenmaal met ten hoogste zeven weken verlengen. (zie: artikel 196) 3. Op het bevel tot verlenging, overeenkomstig het voorgaande lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het oordeel van een of meer deskundigen achterwege kan blijven. (zie: artikel 197) 4. De rechter-commissaris kan, hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van den officier van justitie of op het verzoek van den verdachte, te allen tijde bevelen dat het verblijf in de instelling een einde zal nemen. 5. Onze Minister van Veiligheid en Justitie wijst de instellingen aan naar welke verdachten krachtens een bevel bedoeld bij kunnen worden overgebracht. (zie: artikel 197)

Begrijpelijke Taal

QR Code