Terzake van een misdrijf, omschreven in en en gepleegd ten aanzien van een minderjarige die twaalf jaren of ouder is, stelt het openbaar ministerie de minderjarige zo mogelijk in de gelegenheid zijn mening over het gepleegde feit kenbaar te maken. (zie: artikel 245 tot en met 248, 251 van het Wetboek van Strafrecht)