Bijzondere bepalingen voor jeugdigen en jongvolwassenen
Artikel 77d
1. De verjaringstermijn van het recht tot strafvordering, genoemd in, wordt ten aanzien van misdrijven tot de helft van de daar bedoelde duur ingekort. (zie: artikel 70)
2. Het eerste lid is niet van toepassing op het misdrijf omschreven inbegaan door een persoon die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt. (zie: artikel 251)
3. Het recht tot strafvordering verjaart in twintig jaren voor:
a. misdrijven waarop gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld; en
b. de misdrijven omschreven in de artikelen 242 243, eerste lid 245 246, eerste lid 247, eerste en tweede lid 249, eerste lid 252en het misdrijf omschreven in 253 indien het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt. (zie: artikelen 242 artikel 241, eerste en tweede lid 243, eerste lid, 245, 246, eerste lid, 247, eerste en tweede lid, 249, eerste lid, 252, 253, artikel 241, eerste en tweede lid)