Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:
1°. hij die, surséance van betaling verkregen hebbende, eigenmachtig daden verricht waartoe de medewerking van bewindvoerders door de wet wordt gevorderd;
2°. de bestuurder of commissaris van een rechtspersoon welke surséance van betaling verkregen heeft, die eigenmachtig daden verricht waartoe de medewerking van bewindvoerders door de wet wordt gevorderd.