1. Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 355enomschreven misdrijven kan ontzetting van het in 357 vermelde recht worden uitgesproken. (zie: artikelen 355 358 357 artikel 28, eerste lid, onder 3° 358, artikel 28, eerste lid, onder 3°)
2. Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 359 363 364en 366 omschreven misdrijven kan ontzetting van het in 379, eerste lid vermelde recht worden uitgesproken. (zie: artikelen 359 artikel 28, eerste lid, onder 4° 363, 364, 366, 379, eerste lid, artikel 28, eerste lid, onder 4°)