Bij veroordeling wegens een der misdrijven omschreven in de artikelen 350 350a 350c 351 352 354 begaan met een terroristisch oogmerk artikel 28, eerste lid, onder 3° kan ontzetting van het in, vermelde recht worden uitgesproken. (zie: artikelen 350, 350a, 350c, 351, 352, 354, artikel 28, eerste lid, onder 3°)