1. Niet in beslag genomen voorwerpen worden, bij verbeurdverklaring, in de uitspraak op een bepaald geldelijk bedrag geschat.
2. De voorwerpen moeten in dit geval worden uitgeleverd of de geschatte waarde moet worden betaald.
3. Deenen deenvinden overeenkomstige toepassing. (zie: artikelen 24c artikelen 24c 25 25 artikelen 6:4:2, 6:4:7 van het Wetboek van Strafvordering)