1. Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft:
1°. stroperij gepleegd met behulp van vaartuigen, wagens, trek- of lastdieren;
2°. stroperij gepleegd onder een of meer der in, vermelde omstandigheden. (zie: artikel 311, eerste lid, onder 2°-5°)
2. Ontzetting van de in, vermelde rechten kan worden uitgesproken. (zie: artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4°)