Bij veroordeling wegens een der misdrijven omschreven in deen artikelen 302 begaan met een terroristisch oogmerk 303 alsmede bij veroordeling wegens het misdrijf omschreven in artikel 304b kan ontzetting van het in artikel 28, eerste lid, onder 3° vermelde recht worden uitgesproken. (zie: artikelen 302, 303, artikel 304b, artikel 28, eerste lid, onder 3°)